Help de egel een nest te maken: laat bladeren en een stapel takken in de tuin liggen, maak een composthoop of plaats een egelhuis.

Zorg voor een opening in de schutting waardoor egels van de ene naar de andere tuin kunnen lopen.

Zet een lage schaal met vers water neer.

Help de egels door ze bij te voeren. Ze zijn dol op droge kattenbrokjes( geen vis), gehakt of speciaal egelvoer.

Er zijn in de handel speciale egelvoerhuisjes, zodat de buurtkatten er niet bij kunnen.

Bijvoorbeeld op  http://www.egelhuis.com/

Geen melk of brood! Daar krijgen ze diarree van en kunnen ze dood aan gaan.

Egels houden beschutting. Laat in uw tuin voldoende planten en struiken groeien. Vooral een dicht begroeide bodem is erg welkom en biedt de egel bescherming en beschutting.

Pas op:

  • Met rechthoekig schapengaas. Egels kunnen hierin klem raken.
  • Met een net over de moestuin/aardbeiennetten. Hang deze hoger dan 30cm zodat egels er niet in verstrikt kunnen raken.
  • Met tuinvijvers met een rechte oever en/of zwembaden. Egels kunnen best goed zwemmen maar als ze er  niet uit kunnen komen verdrinken ze. Leg een schuin loopplankje in de vijver of zorg voor een lichte helling bijvoorbeeld met keien, zodat egels eruit kunnen kruipen.
  • Met het leeghalen van de composthoop; kijk eerst of er geen egel (soms zelfs met jongen) een nest in heeft gemaakt.
  • Gebruik geen (slakken)gif.
  • Ruim rondslingerend afval, jampotten, blikjes en (prikkel)draad op. Ze kunnen erin verstrikt raken en stikken.
  • Let op met maaien en werken met trimmers. We krijgen heel vaak egels binnen met wonden van maaimachines.
  • Sluit keldergaten/putten af zodat egels er niet in kunnen vallen of leg er een loopplankje in zodat ze er zelf weer uit kunnen klimmen.
  • Controleer voor het opruimen of verbranden hopen gras, tuinafval, oude bladeren en takken of er geen egel onder woont.
  • Let op dat er geen egels opgesloten raken in schuurtjes, garages en stallen.